-Nederlands -NL Instellingen

Instellingen

Please select your country!

{{group.Text}}

{{"ifind_go-back" | translate}}

{{group.Text}}

Op lokale schaal

In Productie 2019-10-24 Kip Hanson Shawn Poynter

3D-geprinte gereedschappen van Sandvik Coromant brengen autofabrikant een stap dichter bij zijn duurzaamheidsdoelstellingen.

Elektrische voertuigen (EV's) zijn niets nieuws. Voor autofabrikanten overal ter wereld – van Nissan tot BMW en Tesla – worden EV's steeds belangrijker. Momenteel rijden er wereldwijd al meer dan 5 miljoen auto's zonder brandstof rond. En dat worden er alsmaar meer.

Ook autonome voertuigen zijn niet echt nieuw. Hoewel ze nog algemeen aanvaard moeten worden, weet iedereen dat ze eraan komen. Zelfrijdende auto's worden langzamerhand een geaccepteerd verschijnsel in het autolandschap.

Wel nieuw daarentegen zijn autonome elektrische voertuigen die geproduceerd worden met een enorme 3D-printer en vervolgens geassembleerd worden door een klein productieteam in een 'microfabriek', een faciliteit niet groter dan de typische bouwmarkt. Bovendien zijn deze futuristische voertuigen vaak aangepast aan de specifieke behoeften van de personen of bedrijven die ze kopen.

Maak kennis met Olli, een shuttlebus die niet alleen het beeld van het vervoer zoals wij dat kennen gaat veranderen maar die ook een radicale verandering teweeg gaat brengen in de manier waarop autofabrikanten over de hele wereld hun producten gaan ontwerpen, produceren en vermarkten. Als u de International Manufacturing Technology Show (IMTS) 2018 in Chicago hebt bezocht, hebt u Olli hoogstwaarschijnlijk al gezien. U hebt misschien zelfs al zijn comfortabele airconditioning ervaren toen u uw vermoeide voeten een welverdiende pauze gunde terwijl deze zelfrijdende shuttlebus u en andere bezoekers van de IMTS van het ene naar het andere gebouw bracht.

De fabrikant van dit voertuig, het in Arizona gevestigde Local Motors, heeft een reputatie van vergelijkbare gedurfde acties. Op de IMTS 2014 maakte de autofabrikant de eerste 3D-geprinte auto ter wereld – de Strati – ter plekke in het conventiecentrum. Op de laatste dag van de beurs maakten Jay Rogers, oprichter van Local Motors, en Douglas Woods, voorzitter van de Association for Manufacturing Technology, een rondje in de auto.

Sinds zijn oprichting in 2007 heeft Local Motors de volgende voertuigen afgeleverd: de Rally Fighter, de eerste in cocreatie geproduceerde auto, de XC2V (een "experimenteel gecrowdsourcet gevechtsondersteunend voertuig"), de elektrisch aangedreven drift trike Verrado en de "volledige aanpasbare" en in cocreatie geproduceerde LM3D Swim roadster. En het meest bijzondere exemplaar – in ieder geval voor iedereen die na een lange dag werken zin in pizza heeft – was misschien wel de Domino’s DXP (staat voor 'Delivery eXPert'), die aangeprezen werd als het "ultieme bezorgvoertuig". Het waren allemaal gezamenlijke projecten, en allemaal doorbraken ze het patroon van de traditionele productie.

Het is duidelijk dat innovatie en partnerships basisprincipes van dit jonge bedrijf zijn. Niemand was dan ook verbaasd toen Tim Novikov, een van de AM-engineers van Local Motors, een andere industriële pionier, Sandvik Coromant, benaderde voor ondersteuning bij de bewerking van enkele lastige onderdelen van het 3D-geprinte chassis van Olli.

Ironisch genoeg kwam Matt Brazelton, de sales engineer van de gereedschapsleverancier, met een oplossing die ook gemaakt was met Additive Manufacturing (AM). De lichte CoroMill® 390-frees is de eerste 3D-geprinte wisselplaatfrees ter wereld. En hij bleek een enorm succes. Door bevestiging van de ultralichte frees op een van de Silent Tool-kotterbaren van Sandvik Coromant die uitgerust waren met een snel verwisselbare Coromant Capto®-spilinterface konden de twee de bewerkingstijd van Olli met een ongelooflijke 95% terugbrengen.

Toch gaat dit verhaal eerder over visie dan over bewerking; een visie op een schonere, duurzamere toekomst, investeren in onze samenleving en een compleet nieuw paradigma voor het maken van dingen. En dit begint allemaal met het concept van de microfabriek.

"Ik ben opgegroeid in East Tennessee", aldus Billy Hughes, R&D-programmadirecteur bij Local Motors. "We hebben hier een cultuur van gemeenschapszin, en onze microfabriek in Knoxville [Tennessee, red.] maakt deel uit van deze cultuur. We gebruiken zoveel mogelijk lokaal geproduceerde producten, zoals accu's en aluminium basisconstructies. En veel van onze medewerkers komen net als ik hier uit de buurt en kennen het gebied. Daar staat het lokale in Local Motors voor: deel uitmaken van de lokale gemeenschap en de mensen helpen die hier wonen."

Hughes geeft aan dat microfabrieken niet zulke grote stukken land in beslag nemen als traditionele fabrieken. Ze geven de samenleving juist een stimulans door lege gebouwen aan een nieuwe bestemming te helpen en van een mislukte onderneming een energieke, toekomstgerichte zakenpartner en werkgever met goedbetaalde technische banen te maken. Microfabrieken zijn veel flexibeler dan hun grote tegenhangers. Terwijl de ontwikkeling van een gangbare auto of vrachtwagen jaren duurt en de productie een maand of zelfs langer duurt, kan Local Motors binnen enkele weken een voertuig op maat leveren.

Hughes schrijft een groot deel van deze flexibiliteit toe aan directe digitale productie (DDM), een technologie die 3D-printen omvat maar veel verder gaat. Zo maken de R&D- en engineeringteams van Local Motors gebruik van de nieuwste CAD-simulatietools en software en zijn ze volgens Hughes altijd op zoek naar nog betere 'vangsten'. Ze hebben verscheidene jaren besteed aan de ontwikkeling van eigen, met koolstofvezel verstevigde materialen, zodat Olli zowel qua veiligheid als qua constructie aan alle eisen voldoet. Verder verzamelen en analyseren ze gegevens, niet alleen van de productievloer maar ook van de geleverde voertuigen, en gebruiken ze deze om hun processen en producten continu te verbeteren.

"We houden met het team veel creatieve brainstormsessies en nemen beslissingen op basis van wetenschappelijk onderzoek en beschikbare gegevens", aldus Hughes. "Zo gebruiken we bijvoorbeeld kleinschalige printers om een conceptauto te maken, waarna we bespreken hoe we hem kunnen verbeteren. Kan het accupack niet beter verplaatst worden of moeten we de bedrading niet aanpassen, zodat de productie eenvoudiger is? We streven voortdurend naar eenvoudige ontwerpen, wat een belangrijke reden is dat onze voertuigen slechts 40 tot 50 onderdelen hebben in plaats van een paar duizend."

Zoals al eerder vermeld is, maken ze ook gebruik van geavanceerde apparatuur. De 12 meter lange 3D-printer voor de productie van de Olli bevat een freeskop, waardoor het bedrijf met een minimum aan bewerkingen en tegen veel lagere gereedschapskosten een compleet chassis kan produceren. Deze aanpak biedt bovendien een grote ontwerpvrijheid. Onlangs hebben de engineers van Local Motors hiermee een eenmalige autonome tankwagen voor water ontworpen en geconstrueerd die in niets lijkt op de kolossale voertuigen die normaliter op bouwplaatsen te zien zijn. Ze produceerden dit voertuig in nog geen drie weken en tegen een fractie van de kosten van concurrerende productieprocessen.

Dergelijke flexibiliteit betekent dat Local Motors zijn microfabrieken eigenlijk overal ter wereld neer kan zetten en hiermee de lokale gemeenschap kan dienen en aan de specifieke behoeften van het mensen in de omgeving tegemoet kan komen. Er hoeven geen enorme productie-infrastructuren meer ondersteund te worden en er volgen geen massaontslagen meer wanneer de grootste werkgever van een gebied zijn activiteiten naar het buitenland verplaatst. In plaatst daarvan proberen deze microfabrieken samen met de lokale bevolking en het lokale bestuur problemen op te lossen.

​Hughes: "Het gaat om de schaal. We willen binding hebben met en in verhouding staan tot de gemeenschap en juist niet enorme hoeveelheden producten produceren die vervolgens verscheept worden. Dat is het hele idee achter kleine, agiele fabrieken: ze kunnen inspelen op de behoeften van kleine aantallen mensen. Maar ze gaan ook over de werknemers van de toekomst. Overal worstelen fabrikanten met nieuwe technologieën en met medewerkers die in een snel veranderende digitale wereld moeten werken. En terwijl zij nog steeds aan het kijken zijn hoe ze dit kunnen realiseren, brengen wij het al in praktijk. Dat is het mooie van ons concept."

Local Motors opende ongeveer tien jaar geleden zijn eerste microfabriek in Phoenix in de staat Arizona en breidde vervolgens uit naar Knoxville, de fabriek waar Hughes en zijn team werken. Het bedrijf heeft onlangs een demo- en trainingsfaciliteit geopend in Maryland. Intussen heeft de autofabrikant zijn blik gericht op de Pacific Northwest, Zuid-Californië, Midden-Europa, Australië en inderdaad elke stad die een volledig elektrische, autonome en lokaal geproduceerde vervoersoplossing wil omarmen.

Hughes zegt dat het gebruikt kan worden voor openbaar vervoer, stedelijke winkelcentra, campussen van universiteiten of hogescholen of pretparken. Het is overduidelijk dat er talloze kansen zijn voor de schonere, groenere en duurzamere toekomst die de Olli kan bieden. Hughes: "Het is geweldig om te weten dat we de banen, de fabrieken en met name de voertuigen van de toekomst creëren en dat grote bedrijven zoals Sandvik Coromant ons op deze reis vergezellen."

 

 

Gebruik van cookies ondersteund de beleving op onze website. Meer informatie omtrent cookies.